Leestijd: 4 min. | Anna Kole-Vos
Van een doorgewinterde zakenvrouw in Bangkok naar een kerkplanter in een dorpje tussen de rijstvelden: Yupapon Makkitti (60), Aom voor vrienden, is geen doorsnee Thai. Sinds enkele jaren werkt ze samen met de Nederlandse Thomas en Cobi Roest om een gemeente te stichten in het boeddhistische Sung Noen. Ooit was Aom zelf boeddhist. Hoe is ze tot geloof gekomen? En hoe komt een zakenvrouw op het platteland terecht om daar voor Gods Koninkrijk aan de slag te gaan? Aom vertelt haar getuigenis.
Aom weet precies hoe lang ze al in Jezus gelooft: acht jaar en negen maanden. Het begon allemaal toen ze een grote financiële schuld had: “Ik heb dertig jaar lang een bedrijf gehad, waarvoor ik evenementen organiseerde en reisleidster was. In 2017 had ik een concert georganiseerd, maar vlak daarvoor overleed de vorige koning. Het concert kon niet doorgaan, waardoor ik in de schulden kwam te zitten. Ik had zo’n 60.000 euro nodig om alles weer in orde te maken. Eén van mijn klanten was christen. Die wist ervan en had voor mij gebeden. Ze was tot de conclusie gekomen dat ze het hele bedrag aan mij moest uitlenen, want God had tot haar gesproken dat het wel goed zou komen. Dat is wel heel bijzonder, dacht ik: dat iemand mij gewoon vertrouwt! We waren helemaal niet zo heel close.”
Doordat Aom regelmatig groepsreizen had georganiseerd naar Europa, was ze ook al in veel kerken geweest: die God van haar klant kende ze dus al wel. Het boeddhisme is een hele inclusieve godsdienst, dus Aom was altijd wel op zoek naar goden waarmee ze haar geloof kon verrijken. Toen ze echter van haar klant hoorde hoe God duidelijk tot haar had gesproken, werd het vuurtje aangewakkerd. Wat is dan die stem van God?
De onrust bleef en twee dagen nadat Aom de lening aan haar klant had terugbetaald, besloot ze een kerk binnen te stappen. Ze was op zoek naar bewijs. In de Europese kerken had ze veel beelden gezien van Jezus aan het kruis, dus ze besloot: als ik een kerk binnenstap, dan moet Jezus daar ook zijn. Aom vertelt: “Toen ik de dichtstbijzijnde kerk in Bangkok binnenstapte, zag ik geen Jezus aan het kruis, maar wel een schilderij van het laatste avondmaal. Dat bevestigde voor mij: dit is ook de kerk van Jezus. Op dat moment ontmoette ik de mensen. Ik werd hartelijk verwelkomd en ze zagen mij allemaal staan! Toen kwam ik tot geloof en ik besloot dat ik echt voor Jezus zou gaan. Diezelfde dag heb ik gelijk al mijn beeldjes en amuletten weggedaan.”
Aom bleef naar dezelfde kerk in Bangkok gaan, maar doordat er regelmatig verschil was in de visie en het onderwijs van de preken, raakte ze in de war. Ze wilde zelf de fundamentele waarheden van het christelijk geloof onderzoeken en besloot naar een interkerkelijke seminarie te gaan. Haar vertrouwen op God werd tijdens haar studie al snel op de proef gesteld: door de coronapandemie konden er geen reizen of evenementen meer georganiseerd worden en haar bedrijf kwam helemaal stil te liggen. Uiteindelijk moest ze het zelfs sluiten. Makkelijk was het niet, maar God heeft altijd voorzien in haar inkomsten en ze ervaarde Zijn vrede. Vertrouw Me maar gewoon, zei God tegen haar, Ik zorg wel verder voor je. Aom kon hier en daar wat werk oppakken, vervolgde haar opleiding en nam allerlei taken op zich in de kerk.
Anderhalf jaar geleden kwam Aom in contact met OMF en ze werd gevraagd om samen met Thomas, Cobi en de Thaise Tuk verder te werken aan gemeentestichting in Sung Noen. Het was niet de eerste mogelijkheid die langskwam, maar ze wist al snel dat ze het moest doen: “Ik kies liever niet voor de makkelijkste weg. En waar de andere mogelijkheden wel heel ‘sabai’ aanvoelden (Thais voor ‘gemakkelijk’), voelde het idee van kerkplantingswerk in Sung Noen helemaal niet sabai. Dat ervaarde ik als een bevestiging van God, dat Hij me heeft geroepen voor dit dorp. Er is in Sung Noen nog nooit een kerk geweest en daarom ben ik hier.” Dit werk is ze uiteindelijk samen gaan doen met haar man Montri.
Aom ziet dat God aan het werk is in hun gemeente, waar nu elke zondag zo’n dertig mensen naar de dienst komen. “Ik kan veel dingen organiseren, daar ben ik ook goed in, en ik leg makkelijk nieuwe contacten. Maar zonder God heeft dat allemaal geen zin. Ondanks dat de mensen hier ons graag ontvangen, zijn ze wel afwijzend richting het christendom. Toch komen er regelmatig mensen tot geloof. Afgelopen oktober waren er zeven dopelingen, onder wie een heel gezin: een oma met haar dochter en twee kleinzoons.” Dat er drie generaties zo tot geloof komen, is alleen maar omdat God dat in gang heeft gezet, ziet Aom. Ze gelooft dat God haar daarom acht jaar en negen maanden geleden heeft geroepen: zodat ze nu haar organisatietalent en -ervaring in mag zetten voor Zijn Koninkrijk.
Dit artikel stond eerder in het magazine Vertel het door. Ook het magazine ontvangen? Schrijf je in.



