Leestijd: 5 min. | Anna Kole-Vos
Van Shell naar Soest, van Soest naar een oude kloostertafel in de achterkamer van Sonja’s flat. Als eerste directeur van OMF Nederland heeft Arie Baak de nodige veranderingen gezien en die soms ook zelf veroorzaakt. Toen hij begon in 1986, zaten er dertien zendingswerkers op het veld en werkte hij samen met de zussen Sonja en Liesbeth. Hun appartement in Amstelveen fungeerde als kantoor. Anno 2026 zijn er zo’n zestig zendingswerkers uitgezonden en telt het kantoor veertien stafleden. Ter ere van OMF Nederlands 60e verjaardag, blikt Arie (inmiddels 85 jaar) terug op zijn periode als OMF-directeur. Hij vertelt hoe God hem en zijn vrouw Nieke riep voor werk in Gods Koninkrijk, wat er binnen OMF Nederland is veranderd en waarom zending ook vandaag de dag nog noodzakelijk is.
Zeventien jaar lang werkte Arie bij Shell. Waarom verliet hij een miljardenbedrijf om op een bijbelschool in Soest van giften te gaan leven? Het was een stap die ze niet vanuit zichzelf hebben gemaakt, vertelt Arie. “Dat heeft God echt in ons hart bewerkt: Hij gaf ons een verlangen om iets voor Hem te doen. We begonnen steeds meer te zien dat er meer is dan alleen op zondag naar de kerk gaan. Het was een verlangen van Nieke en mij samen en we hebben ook allebei Gods leiding gezocht. We vroegen Hem heel bewust: Heer, als U ons roept, wilt U ons dan ook los van elkaar die roeping geven?”
Net toen ze in contact waren gekomen met een bijbelschool in Soest, kreeg Arie een nieuwe baan aangeboden bij Shell. Een goede baan, waar flink wat geld te verdienen viel. “Nu bevind ik me echt op een kruispunt, dacht ik op dat moment. Ik ben het bos ingegaan met het Johannesevangelie, en zei tegen de Heer: ik stop niet met lezen voordat ik zeker weet dat U me roept. Ik kwam tot Johannes 6:27: Werk niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven. Er gebeurde direct iets in mij. Ik kreeg het warm en koud tegelijk, begon te huilen en voelde zó Gods aanwezigheid. Ik zag: Heer, U roept ons echt.”
Ondertussen was Nieke ook bezig met haar stille tijd en ze volgde haar normale rooster. In 1 Timotheüs 6:8 las ze: Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet dat genoeg zijn. Eten en onderdak, dat was alles wat ze in Soest konden bieden. Nieke wist genoeg: God riep hen. Dit alles gebeurde rond 14.00 uur.
Aan het einde van de middag belden ze de bijbelschool met het goede nieuws, die erg blij en dankbaar reageerden. Daarna vroegen ze Arie hoe laat hij en Nieke het antwoord van God hadden gekregen. “Ze hielden in Soest elke woensdag een bidstond rond het middageten. Die middag hadden ze gevoeld dat ze door moesten bidden, tot God hen zou laten weten dat ze konden stoppen. Ze bleven doorbidden tot ze het beeld kregen van een trein waar twee wagons aan werden toegevoegd. Toen Nieke en ik dat hoorden, wisten we het zeker: we mogen God gaan dienen in Zijn Koninkrijk, en dit is wat Hij nu voor ons in petto heeft.”
Uiteindelijk heeft Arie elf jaar in Soest gewerkt. In al die jaren heeft hij veel contact gehad met zendingswerkers – hoe kan het ook anders op een bijbelschool – en na verloop van tijd werd hij bestuurslid van OMF Nederland. Toen heette het nog de Overzeese Zendingsgemeenschap (OZG) en viel het onder OMF Engeland. In 1984 werd Arie gevraagd om samen met Nieke de dertien Nederlandse zendingswerkers, die op dat moment namens de OZG op het veld werkten, te bezoeken. In die tijd was er nog geen Nederlandse directeur; dat was al geruime tijd een gebedspunt van het bestuur. Na hun reis werd Arie na verloop van tijd gevraagd om die rol op zich te nemen voor een paar dagen per week. Al snel voelden Nieke en hij heel duidelijk dat God bevestigde dat het een goede stap was.
Dus zo begon Arie. Samen met Sonja en Liesbeth, door wie de OZG sinds 25 april 1966 draaiende werd gehouden, werkte hij in hun Amstelveense flat aan een oude kloostertafel. Een pastorale insteek was voor hem als directeur haast vanzelfsprekend, omdat hij samen met Nieke ook rond die tijd was begonnen met het opzetten van een pastoraal team in een evangelische gemeente in Veenendaal. “Member Care is hard gegroeid in de jaren dat ik directeur was. Nieke en ik vonden het heel belangrijk om de zendingswerkers echt te leren kennen. We nodigden alle kandidaten uit voor een weekend bij ons thuis, voordat ze naar het veld gingen. Ook als ze op verlof waren kwamen ze bij ons op bezoek. Daardoor hebben we nu nog steeds goed contact met enkele werkers, die al op het veld zaten toen ik nog directeur was.” Ook heeft Arie aan de wieg gestaan van de oprichting van Stichting Member Care en later is hij betrokken geraakt bij Debriefing Nederland, dat hij samen met Nieke op de Nederlandse kaart heeft gezet.
Het aantal zendingswerkers groeide snel in Aries tijd. “Doordat ik lang hoofd van de bijbelschool in Soest was geweest, had ik goede contacten met kerken en gemeentes in heel Nederland. Ik was medevoorganger in de gemeente in Soest, en kreeg ook vaak de vraag of ik ergens wilde komen spreken. Daardoor kon ik overal vertellen over zending en het werk van de OZG. Toen ik ook nog voorzitter werd van de Evangelische Zendingsalliantie, werden die contacten alleen maar meer.”
Ook zijn tijd bij Shell is niet voor niks geweest. “Ik had daar een goede werkgever en heb een training gehad waarin ik allerlei dingen heb geleerd over hoe je met mensen omgaat. Ik zie zo dat God me op allerlei manieren heeft voorbereid voor mijn rol als directeur van OMF Nederland. Alles was Gods timing, Gods planning.”
Dat God zorgt heeft Arie steeds weer mogen meemaken. “De manieren waarop Hij voorziet in financiën, niet alleen in de levens van zendingswerkers maar ook in ons eigen leven, hebben ons altijd weer verrast. Daarin hebben we de kracht van gebed ook mogen ervaren. Het gebed is echt de kurk waarop zendingswerk drijft. Daarnaast zijn we altijd onder de indruk geweest van de manieren waarop God mensen roept. Er waren verscheidene kandidaten die in Nederland op weg waren naar een prachtige carrière, maar dat zo achterlieten toen God ze riep. Ze hadden zo’n verlangen om in Zijn Koninkrijk te werken.”
In de ruim twintig jaar dat Arie directeur was, heeft hij naast gedreven zendingswerkers ook veel veranderingen gezien. China ging open, zendingskinderen kregen thuisonderwijs in plaats van een langdurig kostschoolverblijf en er kwamen samenwerkingen tussen verschillende zendingsorganisaties. Er waren echter ook negatieve veranderingen. “Richting het einde van mijn periode als directeur gingen steeds meer kerken zich afvragen of zending nog wel zo nodig is. Moet je mensen in hun eigen cultuur niet gewoon hun eigen ding laten doen, hun eigen geloofsopvattingen laten hebben? Ook nu is in veel kerken de zendingsvisie niet meer aanwezig. Maar Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven.”
Het is maar goed dat het niet van ons mensen afhangt. Steeds steviger wordende kerkmuren, ontbrekende zendingsvisies, landen die weer dreigen te sluiten: het kan behoorlijk ontmoedigend zijn. Gelukkig gaat God door. Hij bouwt Zijn Koninkrijk op aarde en nodigt ons uit om daaraan mee te werken.



