Voor welke koning ga jij?

Gods verlangen met deze wereld is dat Hij gekend en aanbeden wordt. Dan komt Hij tot Zijn eer en wij tot onze bestemming. Hij heeft ons gemaakt als kroon op Zijn prachtige schepping en verlangt naar een relatie met ons. Als we God werkelijk leren kennen, kan het niet anders dan dat we gaan bidden en zingen ‘hoe groot bent U!’ Dat kunnen we niet beperken tot de zondag of een ‘moment’ van aanbidding in een samenkomst. Aanbidding begint in ons hart. Als we opstaan en als we gaan slapen. En op alle momenten daar tussenin. Zo gaan we werkelijk ‘leven in aanbidding’ van onze grote Koning.

Samuel is in de laatste fase van zijn veelbewogen leven gekomen. Heel zijn leven heeft in het teken gestaan van toewijding aan God. Al voor zijn geboorte belooft zijn moeder hem te wijden aan de dienst van God. In zijn kinderjaren ontwikkelt hij een bijzondere relatie met zijn Vader. Lange tijd leeft en werkt hij in de schaduw van de priester Eli die niet in staat bleek het volk dicht bij God te houden. Als Eli sterft neemt Samuel, als laatste richter, het geestelijk leiderschap van het volk over. Er breekt een periode van relatieve rust aan: ‘ ……want al de dagen van Samuel was de hand van de Heere tegen de Filistijnen’ (1 Sam. 7:13). Samuel als buffer tussen het volk en God.

Maar ook Samuel kan niet voorkomen dat de trend van het verlaten van God doorzet. Zelfs in zijn eigen gezin gaat het niet goed. Samuel wordt oud en een geschikte opvolger lijkt er niet te zijn. En dan komt het moment dat er allang aan zat te komen: het volk wil een eigen, een échte koning. ‘Dan zullen wij ook zijn als al de volken…’ (vs. 20). Samuel windt er in zijn antwoord naar het volk toe geen doekjes om. Een ‘echte’ koning zoals van de volken om hen heen zal hen veel kosten. Ze gaan te maken krijgen met het egoïsme en hardheid van een aardse koning die nooit kan geven wat God hen kan geven.

God zegt tegen Samuel dat hij naar het volk moet luisteren en uit moet gaan kijken naar een koning. In het antwoord van God klinkt veel verdriet door: ‘Mij hebben zij verworpen’. De God die hen als volk riep, zegende en leidde wordt hier aan de kant gezet door een wispelturige en zondige aardse koning. We weten hoe het afloopt. Op een enkele uitzondering na leveren de opeenvolgende koningen niets dan ellende op. Het gaat van kwaad tot erger, totdat Israël wordt weggevoerd en een einde komt aan deze aardse lijn van koningen.

Enkele donkere eeuwen later horen we een aantal buitenlandse geleerden vragen ‘Waar is de pasgeboren Koning van de joden? We hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’ (Mattheus 2:2). Dertig jaar later trekt deze Koning door Israël en verzamelt drommen mensen om zich heen die rekenen op een herstel van het oude koninkrijk. Hoe groot is de teleurstelling als Hij keer op keer zegt, dat Hij een ander soort Koning. Een Koning die oog heeft voor het alledaagse, maar vooral ook een Koning die de kern van de ellende van mensen aanpakt. Maar de meeste mensen die Hem volgen maken dat niet mee. De teleurstelling is zo groot dat er drie jaar later bij wijze van spot een bordje boven zijn hoofd hangt met de tekst: ‘Dit is Jezus, de Koning van de Joden’. Van de grote drommen mensen blijft niet veel over. Slechts een klein groepje mensen komt opdagen om deze Koning de laatste eer te bewijzen.

Wij weten inmiddels dat het niet bij deze laatste eer gebleven is. Onze Koning is opgestaan en regeert nu tot in eeuwigheid en Hem wordt zonder ophouden de dank, eer en aanbidding toegezongen. Niet alleen in de hemel, maar ook hier op aarde. Deze Koning is en doet alles waar we allemaal diep naar verlangen en wat geen aardse koning, macht, of afgod kan geven. Laten we het écht kennen van deze Koning tot de hoogste prioriteit in ons leven maken,

Knowing You Jesus, knowing You
There is no greater thing
You’re my all You’re the best
You’re my joy my righteousness
And I love You Lord

Start typing and press Enter to search