Het illustere drietal

Ruim honderd jaar geleden, toen moderne gemakken als auto’s en vliegtuigen nog niet bestonden, zwoegden drie vrouwen van middelbare leeftijd door de Gobi-woestijn. Hun vervoersmiddel was een primitieve ezelskar, waarmee ze ongeveer 30 kilometer per dag konden reizen. Ze droegen vormeloze Chinese kleding en hadden hun grijze haren opgestoken in een praktische knot.

Het waren Eva en Fransesca French, twee zussen, en Mildred Cable, allen Brits. Ze waren van de China Inland Mission – de zending voor de binnenlanden van China. Die binnenlanden waren ze nu bezig in te trekken. Ze hadden er al twintig jaar dienst opzitten. Van alles hadden ze al getrotseerd en bereikt. Twee decennia eerder hadden ze zichzelf de vraag gesteld: ‘Wat heeft de Chinese kerk nu het hardste nodig?’ De conclusie was geweest dat onderwijs voor vrouwen en meisjes enorme prioriteit had. In de kerken waren wel mannen, maar bijna geen vrouwen. Vrouwen genoten geen enkel onderwijs en waren geacht thuis te blijven. Maar het moedige drietal begon een school voor meisjes en cursussen voor vrouwen; zo kon de bijbelse boodschap ook veel beter gecommuniceerd worden. Duizenden meisjes werden door hen opgeleid. Velen kwamen tot geloof.

Toen de school goed liep, stelden ze de vraag opnieuw, maar nu net anders: ‘Wat heeft China nu het hardst nodig?’ Een riskante vraag, want het antwoord erop betekende misschien wel een paar grote stappen buiten hun comfortzone. Was het geen tijd voor het trio om het eens wat rustiger aan te doen? Het bestaan in China ging niemand in de koude kleren zitten. Er waren burgeroorlogen, armoede, extreme temperaturen, nare ziektes….Maar nee, het antwoord op de vraag, luidde: ‘Pioniersevangelisatie in de meest afgelegen gebieden van China is wat nu het hardste nodig is.’ En tot ontsteltenis van de mensen die het trio kenden, begonnen ze aan een reis van in totaal duizenden kilometers, die ze in etappes zouden afleggen. Zoals eerder gezegd, niet per auto of vliegtuig, maar te voet of per ezelskar.

Het drietal nam rustig de tijd. Overal waar ze kwamen, deelden ze het evangelie, zowel met moslims als met boeddhisten. Hun benadering was rustig en vriendelijk. In sommige plaatsen bleven ze langer om de kerk die er was te helpen of om uitgebreid te evangeliseren. In een van die plaatsen kwamen ze James Fraser tegen, een collega-zendeling. Hij schreef later over Mildred dat ze volgens hem de meest capabele onderwijzer was binnen de CIM. Hij stond versteld van de grondigheid waarmee ze bijbelonderwijs gaf aan mannen die tot geloof waren gekomen.

In een andere plaats begon het trio kinderdiensten – niet eens per week, maar elke avond. De kinderen gaven wat ze hoorden door aan hun ouders en zo verspreidde zich het evangelie. De drie vrouwen kwamen ook kinderen tegen die als zwervers ronddoolden op straat en probeerden hen zo goed mogelijk te helpen. Een van die kinderen, een doofstom meisje, werd door hen zelfs geadopteerd. Toen ze op een gegeven moment weer in een plaats kwamen waar ze vijf jaar eerder waren geweest, troffen ze een enorme openheid aan onder de mensen. Het zaad dat ze vijf jaar tevoren hadden gezaaid, begon nu vrucht te dragen!

Vergeleken bij hen lijken de inspanningen van hedendaagse zendelingen te verbleken. De titel van het boek waarin hun belevenissen staan – Not Less Than Everything – klopt precies met hun leven. Niets leek hen teveel te zijn. Ze trotseerden ongemak, gevaar vanwege onrust en burgeroorlogen, hitte, kou, verlies en ellende om het Chinese volk maar ten dienste te zijn. Ze brachten het evangelie zodat mensen gered zouden worden van de duisternis waarin ze gevangen zaten. Hoewel het een totaal andere tijd was dan de onze, is de vraag die zij zichzelf steeds stelden – wat heeft China nu nodig? – een vraag die wij ook kunnen stellen.

Wat heeft de wereld nu nodig? Wat heeft Nederland nu nodig? Wat heeft mijn dorp nu nodig? Mijn buurt? Mijn gezin? Als het antwoord op een van die vragen betekent dat je uit je comfortzone moet stappen, ben je dan bereid om dat te doen?

Een andere les uit hun leven is de ongehaastheid waarmee ze alles deden. Ze werkten hard, maar waren niet opgejaagd. In onze tijd voelen veel mensen zich opgejaagd en rusteloos. Als christenen kunnen we anders leven door de rust die we hebben in Jezus Christus. Ons leven is van Hem, we zijn verborgen in Hem. En Hij kan ons inzetten in Zijn koninkrijk, als wij ons maar beschikbaar stellen.

Neem contact op

Heb je een vraag? Laat het ons weten via de e-mail. Wij beantwoorden je e-mail zo snel mogelijk!