God aan het werk in een bergstam

Op het Filippijnse eiland Mindoro wonen een aantal bergstammen met de verzamelnaam ‘Mangyan’. Een van de bergstammen is de Hanunoö. Hanunoö betekent waar of echt. Zij voelen zich ‘de echte’ Mangyan. Al die andere stammen worden dan ook met minder vleiende namen aangeduid. Onder de Mangyan zijn de Hanunoö trots en zelfbewust. Maar buiten de stammaatschappij verdwijnt die zelfverzekerdheid als sneeuw voor de zon.

Zo vonden een paar jonge zendelingen van de New Tribes Mission in 1952 een heel timide groep bergbewoners, toen zij op zoek waren naar een plek waar het Evangelie welkom zou zijn. Telkens kwamen zij voor gesloten hutjes. Maar in de nederzetting van de oude Yadnis ging het een beetje anders. In een klein huisje woonde grootvader Yadnis met zijn vrouw Utay. Grootvader Yadnis was niet zo bang en verlegen als de rest. Immers, hij had veel vrienden onder de laaglanders (de Filipino’s langs de kust). Een uurtje lopen van Tarubong vandaan, in het laagland , deed hij zich bijna dagelijks aan hun palmwijn te goed. Herhaaldelijk kwam hij dronken naar de nederzetting terug.

De zendelingen vond hier dus een groep die tenminste niet bang was voor hun vreemde gezichten. Of zij ook open stonden voor het Evangelie was nog wel de vraag. Geregeld gingen zij bij hen op bezoek en steeds groeide de belangstelling. Het duurde nog ongeveer een jaar voordat Yadnis hen namens de hele nederzetting uitnodigde bij hen te komen wonen. En daar was het wachten en bidden om geweest. Maar toen was er nog niemand die Christus als Heiland wilde aanvaarden. Niet alleen het drinken was een struikelblok. Veel erger was dat Yadnis, zijn zoon en schoonzoon en anderen in de omtrek medicijnenmannen waren. Terwijl de zendelingen tijdens hun korte bezoeken hier weinig van hadden vermoed, voelden zij nu de macht van de boze als een werkelijkheid om zich heen.

Naarmate de zendelingen wat meer van de taal begonnen te leren, begonnen Yadnis, zijn zoon, dochter en schoonzoon de zendelingen meer te vertellen over wat zij geloofden. En de zendelingen op hun beurt konden hen iets meer vertellen over de Heer Jezus Christus. Het was opmerkelijk hoe graag ze luisterden. Bijna onopgemerkt ging het Evangelie verder dan alleen het vertellen van verhalen bij het vuur. Na heel veel strijd ging Yadnis niet zo dikwijls meer naar zijn laaglandse vrienden om te drinken. Maar van echt zondebesef en een verlangen naar Christus als Heiland was nog geen sprake. Yadnis begreep ook, dat hij moest kiezen tussen Christus en zijn dienst aan de geesten. Zijn vrouw kwam steeds dichter bij de Heer en ook zijn twee dochters. Maar satan liet zijn buit niet zo gemakkelijk los. Pas begin 1957 kwam de vrouw van Yadnis tot een nog tastend geloof in Christus. Niet lang daarna volgden haar dochters.

Begin 1957 ontving dr. Broomhall van OMF Filippijnen een brief van de veldleider van New Tribes Mission of OMF het werk onder de Hanunoö kon overnemen. In oktober dat jaar werd Elly van der Linden daar geplaatst. In februari 1958 werd Elly bijgestaan door nog drie collega’s.

Vanaf het begin vermoedden Elly en haar collega’s iets van de macht van satan in deze streek. Later leerden zij de verschrikkelijke realiteit van de demonische heerschappij in het persoonlijke leven van de Hanunoö kennen. In het begin leerden zij door te luisteren naar gesprekken van anderen en door uitleg te vragen bij de dochter van Yadnis. Later getuigden anderen van een diepgewortelde angst waar zij nog niet van bevrijd waren. Dan konden Elly en haar collega’s hen vertellen van de macht van Jezus over de boze geesten. De dochter hielp hen met het vertellen en zij vertelde die verhalen ook weer verder. Velen begonnen zich af te vragen “Is er dan echt nog iemand die machtiger is dan de boze geesten?” Tot dusver hadden de medicijnmannen de scepter gezwaaid. De strijd tegen deze machten is geestelijk. De overwinning kon en kan alleen worden behaald op grond van Gods Woord en door veel gelovig gebed.

Er is héél veel veranderd sinds 1957 toen Elly en een aantal collega’s betrokken waren bij het werk onder de Hanunoö. Elly werkte respectievelijk met Hazel Page, Karl en Waltraud Lagershausen, Ann Flory en Francis Bezemer. U kunt hier uitgebreid over lezen in Elly’s boek ‘Eindelijk vrij’.

Aanvankelijk ontstond er in elk van de drie Hanunoö regio’s een kleine gemeente. Samen met de zendelingen trokken zij erop uit om in een naburige nederzetting waar familieleden woonden, te evangeliseren. Als men open stond voor de boodschap, bleven zij daar regelmatig heengaan en zo kreeg iedere gemeente een ‘buitenpost’. Totdat de buitenpost uitgroeide tot een gemeente en ging zoeken naar een eigen buitenpost. De moedergemeente had inmiddels weer een nieuwe opening gevonden om regelmatig heen te gaan. Zo ontstond er over het hele gebied een netwerk van gemeenten en buitenposten. De zendelingen trokken iedere maand als semi-nomaden naar een van de regio’s, bezochten de gelovigen, vertaalden het Nieuwe (en delen van het Oude) Testament, richtten scholen op voor kinderen, deden alfabetiseringswerk onder volwassenen, gaven Bijbels onderricht, trainden kinder- en jeugdleiders en deden medisch werk.

God heeft krachtig gewerkt en ook nadat de zendelingen vertrokken waren, bleef het werk groeien! Naar schatting zijn er nu zo’n 75-100 gemeenten en buitenposten waar wekelijks mensen het Evangelie horen. God gaat door en Hem zij alle eer!!

Neem contact op

Heb je een vraag? Laat het ons weten via de e-mail. Wij beantwoorden je e-mail zo snel mogelijk!