Oktober 2014 – Ter bemoediging van bidders
Jan en Ans Poot

Aan allen die in het verleden met Jan en Ans Poot meegewerkt hebben door gebed en giften om het evangelie in Thailand te verspreiden.

We willen dat U weet dat God Uw gebeden heeft verhoord. Onze gezamenlijke inspanning is niet tevergeefs geweest in de Heer. We hebben niet alle adressen meer. We schrijven deze brief (via website van OMF), zodat U God zult prijzen en dat U bemoedigd wordt om door te gaan met gebed voor de zending.

Jan is net terug van Thailand en is zo blij met de ontwikkelingen in de verschillende gemeentes waar we vroeger hebben gewerkt.
Herinnert u zich nog de naam Nogbua? In 1971 werden wij, Jan en Ans Poot, daar naar toe gestuurd. We moesten daar de Thai taal verder leren spreken en schrijven. In Nongbua is een ziekenhuisje dat toen maar 25 bedden had. Doctoren en verpleegkundig personeel werd voor 10 jaar geleverd door de Overzeese Zendings Gemeenschap, het zendings-genootschap dat ook ons had aangenomen. Iedere dag zaten ter tientallen mensen te wachten om door de dokters onderzocht te worden. Het was voor de zendelingen een gelegenheid om het evangelie uit te leggen. Vaak waren er meer dan 25 patienten. Dan stonden er bedden op de gangen en moesten sommigen buiten slapen. En hun familieleden spanden hun hangmatjes en muskieten netten onder de bedden. In die tijd kwamen er veel mensen binnen met schotwonden. Nongbua lag in een gebied waar veel misdaad was, veel corruptie en veel ziekte, lepra o.a.

EN U BAD …

Door het medische werk waren er al wel veel contacten gemaakt tot in de wijde omtrek. Er was zelfs al een begin van een gemeente. Jan en Nom, een van de eerste Christenen daar gingen er veel op uit om die contacten op te zoeken. En deze mensen kwamen soms op zondag naar de diensten. Die gemeente groeide. Eerst kwam de ‘Lepra kerk’ samen in een afgelegen isolatieblok en de ‘gezonde kerk’ had een leslokaal van het ziekenhuis. Naarmate wij de taal beter beheersten, konden we ook meer onderwijs geven. Er werden oudsten aangesteld die ook hielpen met het Woord te brengen.

EN U VOORZAG ONS VAN DE NODIGE FINANCIEN …

Jan is opgeleid als bouwkundige … de tijd kwam om een eigen plekje voor de gemeente te zoeken. We konden een stukje grond kopen en met elkaar hebben we daar een kerkje gebouwd. Alle mensen die iets met de kerk te doen hadden, hielpen mee. Er werd daar een belangrijke weg aangelegd waar van stenen en ander bouwmateriaal gewoon werd achtergelaten en niet meer opgehaald. Met een eigen gemaakte vrachtwagentje van een van de Christenen verzamelden we zand uit het bos en andere materialen. Het kerkje was zo gebouwd, dat lepra patiënten en gezonde mensen gescheiden en toch samen bidden, zingen en onderwijs ontvangen. Het was een geweldige tijd waarin we veel wonderen van God mochten ervaren. Er was strijd en er was overwinning. Wij waren de ‘oorzaak’ dat er geen regel viel, maar toen de regen op Kerstdag kwam, werd gezegd: Jullie God gaf de regen op Zijn dag. We hadden vakantie bijbelschool met soms 100 kinderen. Onze 3 kinderen werden geboren toen we in Nongbua woonden. De tijd kwam dat de kerk in Nongbua zelfstandig verder zou kunnen. Toen werd het kruis in het ziekenhuis vervangen door een boeddha beeld. Het ziekenhuis moest aan de Thai regering overgedragen worden. Waar bleven nu al die mensen die elke zondag naar de kerk kwamen? Er was maar een restje over. In het geheim drong de burgemeester er op aan dat we voor onze veiligheid Nongbua zouden verlaten. Rondom Nongbua waren verschillende kleine gemeentes aan het ontstaan. Wat was Gods doel hiermee?

MAAR WIJ WISTEN ONS OMRINGD DOOR UW GEBED …

Een broeders in de Heer uit Taphanhin, een plaats ongeveer 80 km verderop nam ons in bescherming. Daar was een Chinese kerk, die ons een warm onderdak verschafte. We konden helpen met evangelisatie en pastorale zorg en zij hielpen ons aan een fijn huis van steen …. Daar hoorden we van een plaats Pichit, waar een grote gemeente was geweest. Hun kerk was nu een waslokaal waar een prostituee haar beroep uitoefende. Dit was onze volgende uitdaging. Toen we dan in 1986 in Pichit aankwamen, bleek dat een hele oude vrouw al die tijd had gebeden dat er weer zendelingen in Pichit zouden komen. God had het werk daar voorbereid. We maakten heel snel goede contacten en we konden al gauw met samenkomsten beginnen. Onze kleine huiskamer zat vol met 17 mensen toen een van hen zijn huis aanbood.
We waren erg begaan met gehandicapten die in de trein op een skateboard van de ene reiziger naar de andere reden, om wat geld of eten los te krijgen. Zo zijn we begonnen met een handenarbeidproject waardoor we veel mensen aan het werk hielpen. We kregen de kans om de Pichit producten te verkopen in Bangkok en geld op te sparen voor een eigen kerkgebouw.
Er waren wat sektes begonnen hun valse leer te verspreiden in Pichit. Deze mensen waren niet blij met onze komst.

MAAR WEER WAREN HET UW GEBEDEN …

Ze hebben geprobeerd ons kwaad te doen, maar God behoedt de vreemdeling. Al de nieuw gedoopte Christenen overleden de een na de ander. Was God nou van plan een kerk in de hemel te stichten of in Pichit? Een van de mensen, een schoenmaker die eigenlijk al gelovig was voordat we kwamen had een visioen. We gaven er niet zoveel aandacht aan. Hij had een huis gezien dat er erg verwaarloosd uitzag. God had tegen hem gezegd dat dat de nieuwe kerk zou zijn. Dat is het ook geworden. We hadden met elkaar zoveel geld opgespaard, dat we dat huis konden kopen. Het mooie was dat die nieuwe Christenen door het handenarbeidproject, zelf hadden meegewerkt, het was hun kerk, een centrum waar ze veel bij elkaar komen.

Onze kinderen waren nu alle 3 naar school, 1 in Nederland, 1 in de Filippijnen en 1 in Maleisië. De gemeente groeide en God zegende het werk. Er werden weer oudsten aangesteld, er was een fijne zondagsschool. Sommigen moesten 10 km lopen om naar de dienst te komen. Het huis werd opgeknapt en verbouwd door een vriend uit Nongbua. Toch ging de nieuwe gemeente door een turbulente tijd: De Thai voorganger die van ons het werk overgenomen had, pleegde overspel en werd uit zijn functie gezet. God laat niet varen het werk dat Zijn Hand begon. Andere zendelingen hebben het werk voortgezet.

Wij moesten naar Nederland voor onze kinderen. Het was heel hard voor hen, toen we na 6 1/2 jaar toch weer vertrokken naar Thailand.

EN OPNIEUW STOND U ACHTER ONS DOOR UW GEBED.

We werden geplaatst in Tharua. De oude mensen in Tharua vertelden ons dat er heel lang geleden wel eens iemand was geweest die iets over een kruis of zo hadden verteld. De enige Christen in Tharua was een vrouw die van de vuilnisbakken leefde. Het waren deze oude mensen die het eerst tot geloof kwamen en zo blij waren met de Heer Jezus. Er was een onderwijzer (78 jaar) die stellig overtuigd was van de geneeskrachtige werking van zijn eigen urine en als hij met Jan nieuwe contacten opzocht, ging zijn flesje mee… Ook hier was veel armoede en ook hier hebben we geprobeerd de mensen aan het werk te helpen zodat ze inkomen hadden. We hadden nu regelmatig een verkoop van hun producten in Bangkok en we spaarden weer. In het straatje van de miljonairs (ja, die heb je daar ook) was daar een stuk grond met een paar oude krotten erop. Vrachtwagen chauffeurs die daar overnachtten, gebruikten veel alcohol en verhandelden drugs. Wat was de burgemeester blij toen de kerk dat stukje land opkocht en ze een mooi gebouwtje neerzette. Die gemeente groeide, er waren zelfs mensen die naar Tharua kwamen wonen vanwege de liefde in de gemeente.

Ter bemoediging van bidders
Nongbua 1971 ... het prille begin
Ter bemoediging van bidders
Ter bemoediging van bidders
Ter bemoediging van bidders
Ter bemoediging van bidders
De kerk van Tharua in 2014
Ter bemoediging van bidders

De mensen in Tharua wisten helemaal niets van de Here God, alles was nieuw voor hen. Het viel ons niet mee hen allemaal vaarwel te zeggen in 2005. We zijn dan ook verschillende keren weer terug geweest om te kijken hoe iedereen het maakte.

Lieve mensen, PRIJS DE HEER! Al deze gemeentes groeien en bloeien. God heeft onze gezamenlijke arbeid zo gezegend. Zonder uw/jullie gebed en giften was dat niet mogelijk geweest. Jan heeft in september al deze mensen opgezocht en zag dat alles heel goed met hen gaat. De gemeente in Nongbua is volop bezig hun kerk uit te bouwen om de nieuwe gelovigen onderdak te geven. Er zijn niet veel lepra patiënten meer. Ze hebben geen zendelingen nodig, ze kunnen het nu allemaal zelf. De kerk in Pichit heeft het hele gebouw een meter omhoog gehaald, gewoon opgetild. De gemeente heeft 3x zoveel leden nu en een eigen voorganger die ze zelf betalen. En de kerk in Tharua is nu veel te klein, ze willen er een groot stuk aanbouwen. Ze zijn druk met het evangelie te vertellen aan naburige plaatsen. De kleine kinderen van, toen hun ouders nog geen christen waren, zijn nu in de muziekgroep van de kerk. Een van de eerste liederen die we hen leerden, was: Hoe groot Zijt Gij. We kunnen alleen maar instemmend knikken, als we nu hen dat horen zingen.

HOE GROOT ZIJT GIJ !!!

Start typing and press Enter to search